MIRJAM KUITENBROUWER

MONIEK PETERS

Alles heeft een binnenkant

Mirjam Kuitenbrouwer (Nijmegen, 1967) wil wanneer ze een interessant voorwerp ziet graag weten hoe dit voorwerp intern is gestructureerd. Dit doet ze door de interne orde te benaderen als interieur, als constellatie van kamers en gangen waarin ze kan rondlopen. Die drang om te ontdekken hoe iets in elkaar zit, heeft in 1990 bijvoorbeeld geleid tot het maken van een serie werktekeningen van alledaagse voorwerpen. Ze heeft hierbij geprobeerd om alleen het skelet, het meest essentiële te tekenen van onder andere een klosje Gütermann-garen, een verpakkingsomhulsel of een wattenstaafje. Met deze tekeningen, studies voor de latere ‘transformaties’, wilde ze vast leggen welke lijnen de vorm van iets structureren. Een ander voorbeeld is haar analyse van de gebouwen op een fresco van Giotto. Ze maakte deze platte gebouwen ruimtelijk na om op deze wijze meer te weten te komen over de orde van deze gebouwen.

Met het ervaren van binnenkanten van ruimtes is ze inmiddels verder gegaan. Ze wil van een interieur het liefst een over all blik laten zien, dus niet de ene bepaalde hoek of wand, maar ook wat er naast, er tegenover, of erachter ligt. Dat is een bijna onmogelijke opgave. Er zijn uiteraard hulpmiddelen om deze positie min of meer voor elkaar te krijgen, zoals de groothoeklens in de fotografie en de fish-eye, een lens met zeer grote beeldhoek waarmee een ruimte in één keer overzien kan worden, weliswaar in een bolvorm dus tegelijkertijd vergrotend en verkleinend. Kuitenbrouwer ontdekte ook dat een foto een heel platte weergave van een ruimte geeft en niet meer dan dat. Om toch te bewerkstelligen wat ze wil, maakt ze geschilderde panelen. Als uitgangspunt kiest ze hiervoor foto’s van interieurs, bij voorkeur uit het Engelse tijdschrift World of Interiors. Het zijn gefotografeerde ruimtes die weliswaar zijn vastgelegd door andere mensen, maar die precies hebben wat ze wil laten zien. Ze brengt de pagina over op het paneel en vervolgens maakt ze de randen van de foto met plamuur gelijk aan de ondergrond van het paneel tot het één vlak wordt. Wat er in haar ogen niet in hoort, schildert ze weg. Zo langzamerhand verbeeldt het werk dan al een kamer waarin ze zelf kan rond lopen en die ze op paneel gaat vervormen door toe te voegen en om te bouwen. Omdat ze de hele ruimte wil doorvorsen om te weten wat er ‘achter’ ligt, schept ze met hulplijnen een visuele ruimte of plaats ze naast de eerste foto een afbeelding die het vertrek vanuit een andere positie weergeeft. Het interieur op het paneel kan zo van twee kanten gezien worden en zelfs zodanig tot er geschakelde en oneindige ruimten onstaan en het de suggestie van een eindeloze doorkijk heeft. Ze construeert hiermee nieuwe heldere ruimtes die zichtbaar maken wat je normaal gesproken niet kan zien.

Intussen intrigeert het fototoestel haar als object op zich. De camera, het woord zegt het zelf, is een kamer, een verblijfplaats waar iets gebeurt en waar iemand in kan opgenomen zijn. Het is voor Kuitenbrouwer een nieuwe uitdaging om de camera, de pocketcamera, de wegwerpcamera en de polaroidcamera als objecten te zien waarvan de binnenruimtes mogelijkheden bieden voor leefruimtes. Ze verzamelt al een tijd een enorme hoeveelheid fototoestellen, van allerlei komaf, vaak van plastic. De camera’s zijn een soort mini-observatoria. Het zijn architectuurmodellen van ruimtes die van buiten waargenomen kunnen worden en van waaruit je goed kan observeren. Het spreekt haar aan om de bestaande fototoestellen op een andere manier toe te passen en daarmee een graadverschuiving te realiseren. De camera is op zich al architectuur, het heet niet voor niets camera body, een behuizing die aangeeft dat er een interieur in zit. Met gemak kun je er dus een miniatuur-bungalow in zien. Door onderdelen van pocketcamera’s met elkaar te verwerken en aan elkaar passend te maken, ontstaat een aaneengeschakeld huis. Het werk Mountain-Fountain, Montblanc, hommage, cottage uit 2000, is zo’n miniverblijf, het ideale schrijvershuis waarin alles mat en zwart is en niet reflecterend.

In de zomer van 2002 heeft Kuitenbrouwer zichzelf in de Wohnmaschine in Berlijn als kunstwerk in de galerie gepresenteerd. Het ontwerp voor de ruimte in de galerie is in samenwerking met het Observatorium tot stand gekomen. Het Observatorium is een kunstenaarsgroep die vanaf 1995 is gevestigd in Rotterdam waarvan Geert van de Camp, André Dekker en Ruud Reutelingsperger deel uit maken. Zij houden zich bezig met het ingrijpen in de openbare ruimte. De Wohnmaschine gevestigd in een voormalige slagerij, heeft aan de voorkant een groot glasraam. In de vierkante ruimte was door het Observatorium en Kuitenbrouwer een soort binnentuin aangelegd van asfaltbrokken die laag op laag gestapeld waren en waar het publiek niet direct bij kon, tenzij men over het asfalt klauterde. Achterin was een hoek uitgespaard waar Mirjam Kuitenbrouwer een werkbank had van één vierkante meter waar alles in zat wat ze nodig had om alle camera’s te bewerken en open te maken. Om haar heen was het asfalt zodanig opgehoogd dat ze een bruikbaar werkblad en een legplankruimte had. Ze zat er de hele dag te prutsen en dat konden de mensen vanuit de straat zien. Tussen het asfalt lag de voorraad camera’s en samen met de dingen die in de galerie hingen en de werken waar ze mee aan het bouwen was, werkte het als één ingewikkeld gestructureerd interieur. Ze zat er zoals ze het zelf formuleerde: ‘als een moderne Hieronymus in mijn werkkamer in afzondering openbaar te wezen’.

Het werk van Kuitenbrouwer is, buiten dat de panelen en objecten fascinerend en gewoon mooi zijn, ook in elk van de fases boeiend doordat het raakt aan kwesties die ieder mens zich wel een stelt: de vraag naar de verborgen structuur van dingen. Dingen die je eigenlijk alleen op een eenzijdige manier van buiten ziet. De motieven waarom Mirjam Kuitenbrouwer zoals ze zelf zegt ‘altijd het verlangen heeft ergens in te zijn’, om in de dingen die haar fascineren te wonen, zal dan ook velen niet onbekend voorkomen. Het is te eenvoudig om het uitsluitend terug te voeren tot haar 3D-design verleden, de studie die ze op de kunstacademie volgde. Al is het wel zo dat ze op de academie indrukken, ideeën en ervaring opdeed, die ze in haar huidige werk goed kan gebruiken. Zelf geeft ze de indruk dat ze sterk de behoefte heeft om controle over haar omgeving te krijgen. Ze wil zich verbonden voelen met alles wat om haar heen is. Om deze controle te verwerven is het nodig de objecten in haar omgeving te transformeren tot ruimtes waar ze zelf in kan wandelen en werken. Een ultieme demonstratie hiervan is haar huidige atelierwoning waarin ze sinds zeven jaar verblijft. Er was aanvankelijk niets aanwezig, de ruimte was ruw en ongeïsoleerd. Ieder stukje muur of vloer heeft ze ‘getransformeerd’ door het te bewerken en te schilderen. Daardoor heeft ze controle over hoe het huis in elkaar steekt. Ze is er vergroeid mee geraakt en, niet onbelangrijk, ze voelt zich er veilig.

 

Wim Izaks Prijs 2002
1
12 2002 t/m 2 2 2003
Dordrechts Museum

Nan Groot Antink
Mirjam Kuitenbrouwer
Pär Strömberg

 

fragment uit juryrapport:

Mirjam Kuitenbrouwer nodigt de kijker uit met haar mee te kijken, in haar schilderijen, in haar atelier en in haar fascinatie voor perspectief in de breedste zin van het woord. Na haar academietijd heeft zij voorstellingen van Giotto ruimtelijk nagebouwd, om te achterhalen welke graad van ruimtenabootsing hij in zijn tijd had bereikt. Later ging zij experimenteren met ruimte en perspectief aan de hand van foto’s uit bekende interieurtijdschriften. Het resultaat was een collage waarin de omgeving en enkele onderdelen van de ruimte met verf werden ingeschilderd. Plat en ruimtelijk kwamen hierin naast elkaar te staan, wat een bijzonder effect heeft.

Mirjam Kuitenbrouwer verdiepte zich ook in de werking van het oog en van de cameralens. Z|ij kan zich verbeelden dat zij zich in een camera bevindt en van daar uit de wereld beschouwt. Door maquettes te bouwen die tegelijkertijd als camera obscura werken, nodigt zij de beschouwer uit met haar mee te gaan in deze verbeelding. De installatie die zij in deze tentoonstelling laat zien bevat alle lagen van haar visuele zoektocht: schilderijen, een fotocollage, een afgesloten ruimte als donkere kamer, een kijkje in haar atelier, een vergroting daarvan, en het camerahuisje dat dit alles van buitenaf waarneemt.

t